Donderdagavond 24 januari opende Else Nobel met de mededeling dat wegens ziekte en gladheid vele mantelzorgers niet op deze avond aanwezig konden zijn. Niettemin hebben we met een beperkte groep kunnen genieten van Albert Wolting die op ludieke wijze het ontstaan van de scheepvaart van Hoogeveen in beeld bracht.

Alles is begonnen met de turf die moest worden afgevoerd door beekjes, stromen en kanalen zodat de turf per schip vervoerd kon worden. De kanalen werden soms door honderden mensen met de schop gegraven.
Vervolgens kwamen diverse types schepen voorbij. Ook schepen die op de vele werven in Hoogeveen waren gebouwd.
Verder besteedde Woting aandacht aan het leven op een schip. Zo vertelde hij het verhaal dat er vroeger op de schepen geen WC’ s waren. De behoefte werd gedaan in gehurkte houding over de rand van het schip. Hilariteit was bij de aanwezigen toen hij vertelde dat bij de zeelieden in die tijd een zogenaamd “Allemans eindje” overboord hing. Dat was een stuk touw met een verdikking aan het eind, waar men zich dan mee kon afvegen.
Later zag je dit allemans eindje vaak in gebruik bijvoorbeeld bij een bel in cafés.
Herkenbaar waren de straten en de huizen die vroeger aan het water lagen.
Ook kwamen diverse sluizen in beeld en waar deze sluizen rond Hoogeveen zich bevonden. De schepen pasten precies in deze sluizen.

Kortom Albert Wolting liet ons vroegere tijden van Hoogeveen zien met zijn ontstaansgeschiedenis van turfstekers en schippers. Door tijdsgebrek heeft hij nog vele verhalen laten vervallen.
Misschien een reden om hier in de toekomst een vervolg aan te geven.